Weerstanden
Uitgangspunt:Gestrekte ligging met minimale frontale doorsnede A en minimale Cd-waarde. Enigszins in retroflexie. Vloeiende stroomlijnen zijn dan langs het lichaam te trekken. Stroomlijnvorm met Cd laag.
Deze uitgangspositie dient zoveel
mogelijk gehandhaafd te blijven tijdens de gehele slagcyclus.
Fig.door vloeiende stroomlijnen is de Cd
laag
Inzet:
Doordat er nu een verticale component
is in de aanstroming wordt het lichaam ook licht omhooggeduwd waardoor het
lichaam enigszins gaat planeren waardoor ook de frontale doorsnede
A minimaal wordt.
Fig.Als er vloeiende stroomlijnen om het
lichaam getrokken kunnen worden is de weerstand en Cd laag.
De stuwbeweging
Uitgangspunt is: De stuwbaan zo lang mogelijk te maken.
( Niet te verwarren met de slagcyclus. De slagcyclus is een opeenvolging van de stuwbanen van de linker en rechter arm en afhankelijk van hoe ze aansluiten )
Begin van de stuwbeweging.
- Catch: Na de ideale stroomlijn vorm
gevonden te hebben dient de catch onmiddellijk en krachtig te beginnen.
- De stuwbaan begint vanaf de beginstand, dus vanaf de waterspiegel.
- Er moet onmiddellijk druk op de hand gevoeld worden.
- De hand dient vanaf dit punt naar een zoveel mogelijke verticale positie te gaan. In flexie
- De stuwbaan van de hand met arm wordt hierdoor aan het begin lang gemaakt.
- Handstand en stand van de duim en de vingers volgens het actie = reactie principe.( zie de eerdere theorie )
- Elleboog dient hier al hoog te zijn en te blijven.
Fig.Begin van de catch, elleboog blijft hoog
Hand moet nu naar flexie toe gaan..
Doorhaal
Trekfase: Handstand zoveel
mogelijk in verticale positie. Denk aan de grootte van het moment, werkend op
het lichaam dat afhankelijk is van de richting van de stuwkracht. Gedurende de trekfase verandert de
stand van de hand t.o.v. de onderarm om zoveel mogelijk de verticale positie te
behouden.. Aanvankelijk in flexie om in de middenstand in de neutrale positie te
komen. Daarna gaat de hand over in extensie.
De resultante van de Uitwendige stuwkrachten en de Contrabewegingen dient in het mediaanvlak door de lichaamsas te liggen om compensaties uit te sluiten. ( Slingeringen geven afwijkingen hierin aan )
Let op: het mediaanvlak rolt
mee met het rollen van het lichaam rond de lichaamsas. De resultante rolt dus mee met
dit mediaanvlak. Omdat de resultante niet in de
hand ligt maakt dit een licht S-vormige baan.
Fig.In middenstand is de elleboog hoog en de hand in de neutrale stand
Inwendige krachten; d.w.z. de spierkrachten dienen optimaal te kunnen functioneren.
Hoek: elleboog gewricht.
Hoek: schoudergewricht bovenarm in één lijn
Fig.De inwendige spierkrachten worden
Optimaal doorgeleid.
Doorhaal
Duwfase: De hand blijft tot het einde toe zoveel mogelijk in verticale richting. Gaat van de neutrale stand geleidelijk over in een toenemende extensie. Pas als de arm geheel gestrekt naar achteren is wordt in een doorgaande beweging een extra wrikbeweging met de hand gegeven. De stuwbaan is hierdoor maximaal lang.
( Pas als de stuwbanen in orde
zijn kan de slagcyclus bepaald worden)
Ademhaling
De ademhaling: is bij voorkeur
De beenbeweging
Ook de beenbeweging dient zodanig te zijn dat de benen:
Fig.De arm stuwbeweging geeft een moment
dat de benen naar beneden wil laten draaien.
Fig.Een neerwaartse beenbeweging kan de compensatie kracht (tegenwerkend moment) geven van het moment van de armbeweging om het lichaam in retroflexie te houden.
Fig.Een beenslag die voorbij de middenstand gaat geeft een,
De contrabeweging
Van ontspannen met de onderarm slingerend om het elleboog gewricht tot een gestrekte overhaal. Van snel tot langzaam bewegend. Met grote tot kleine contrakrachten. Na de contrabeweging volgt de inzet, d.w.z. de gestroomlijnde positie. Dit mag dus door de contrabeweging niet verstoord worden.
Uit dit oogpunt gaat de voorkeur uit om de arm met de hand geheel over het water te bewegen om gelijk naar de inzet positie te gaan. Doe dit ook redelijk snel om snel naar de gunstigste positie met lage weerstand te gaan.
Opmerking: Het insteken geeft weerstand en
duwt het lichaam naar beneden.
Ontspannen overhaal
De contrakracht is relatief laag. De snelheid van overhaal kan bestuurd worden, d.w.z. in verschillende snelheden worden afgelegd. Bij lange afstanden is een langzamere beweging op zijn plaats. Bij korte afstanden wordt de contrabeweging sneller.
Gestrekte overhaal van de contrabeweging
De contrakracht is relatief hoog. Hier dient rekening mee gehouden te worden om de resultante te bepalen! Voor korte afstanden zeer geschikt. De duur van de contrabeweging is kort. Er kan dus snel weer worden overgegaan op de stuwbeweging.
Door de snelle overhaal is een snelle inzet en een harde catch mogelijk direct aan de waterspiegel. Het is moeilijk om van de gestrekte arm vorm boven water naar een gebogen arm onder water over te gaan. Voor korte afstanden is dit een voordeel om met een meer gestrekte arm een grotere kracht uit te kunnen oefenen.
Nadeel is de grote contrakracht waardoor
slingeren van het lichaam op kan treden en het lichaam uit balans
kan raken. Veel en voortdurende
concentratie vereist om de goede beweging niet te laten verwateren.
De golfweerstand
Golfweerstand ontstaat, als de boeggolf bij toenemende snelheid tot bij de voeten komt. De lengte van de zwemmer is dan bepalend. Er ontstaat nu een barrière waardoor er niet sneller meer gezwommen kan worden.
Dit speelt op korte afstanden een rol, 25 m. 50 m. en de 100 m.
De gestrekte arm kan de lengte vergroten en
een hogere snelheid mogelijk maken. Daartoe dient de arm na de contrabeweging zo
snel mogelijk gestrekt naar de waterspiegel gebracht te worden en in de
lichaamsas. Dan zal een snelle contrabeweging er voor kunnen zorgen dat er
steeds één arm vóór is.
De timing van de slagcyclus
Hiermee wordt bedoeld; het op elkaar
aansluiten van de stuwbewegingen.
Wanneer begint de rechterarm met stuwen
t.o.v. de stuwbeweging van de linkerarm en wanneer begint de linkerarm met de
stuwbeweging t.o.v. de rechterarm.
Indien de linkerarm precies aan het einde
van de stuwbaan is en de rechterarm begint precies op dat eindpunt van de
linkerarm met zijn stuwbeweging dan is er geen overlap in bewegingen.
Indien de rechterarm eerder begint met te
stuwen, dus voordat de linkerarm aan het einde van zijn stuwbaan is, dan is er
een overlap in bewegingen. Idem voor de linkerarm. Zie onderstaande grafiek.
Slagcyclus
(zie computer uitwerkingen en de toelichting hierop)
De mate van overlap bepaalt de slagcyclus.
Dus is afhankelijk hoe de stuwbewegingen op elkaar aansluiten
is de overlap nul, d.w.z. dat de stuwbanen
van de rechter en de linkerarm precies op elkaar aansluiten, dan is de
slagcyclus:de duur van de rechterarm plus de duur van de linkerarm.
Is er een overlap (een positieve overlap )
dan wordt de slagcyclus korter. De slagcyclus is dan: de duur van de rechterarm
plus de duur van de linkerarm minus de twee overlappen. Zie weer onderstaande
grafiek.
Is er geen overlap ( een negatieve overlap
) dan wordt de slagcyclus langer.
Hier is verondersteld dat de stuwbanen qua
duur dezelfde blijven.
Welke afstand wordt er gezwommen?
Op korte afstanden is er een grotere
overlap dan op langere afstanden.
Op de afstanden 400m, 800m en 1500 meter is
er geen overlap. De armen zijn behoorlijk gebogen in de trekfase en gericht op
efficiënte stuwbewegingen met relatief kleine stuwkrachten maar goed verdeeld
over de slagcyclus.
De beenbeweging doorgaans alleen om het
lichaam in balans en in retroflexie te houden, dus hoog.
Fig.Trekfase, elleboog hoog.

Op de 50 m is er een grote overlap en op de
100m iets minder maar toch een overlap. Hierdoor kan er veel energie in korte
tijd geleverd worden. Om grote krachten te kunnen leveren op de korte afstanden
zijn de armen tijdens de stuwbewegingen meer gestrekt dan bij de langere
afstanden. De beenbeweging is zeer krachtig.
Zie verder de computer uitwerkingen voor de
combinatie van: Stuwkrachten, Energie en Vermogen.
Fig.Armen zijn in een meer gestrekte vorm.













